Als u nadenkt over uw eigen uitvaart, komt u de nodige vragen tegen. De eerste vraag is natuurlijk: begraven of cremeren? Daarnaast zijn er nog veel meer zaken die om een keuze vragen: hoe moet de kist er uit zien? Wie mag er spreken? Wel of geen bloemen? Wat voor kaarten en welke tekst op de kaart? Film of foto’s laten zien? Rituelen: mogen er kaarsen branden? Wordt er muziek verzorgd? En gebeurt dat live of van een CD? Zo zijn er nog tal van grote en kleine vragen die voorbij kunnen komen. Elke keuze heeft consequenties.
De uitvaartverzorgers van Algemeen Belang denken graag met u mee. Zij staan klaar met advies over de vormgeving en invulling van de plechtigheid tot en met het kleinste detail in de uitvoering. Alle noodzakelijke keuzes en aanvullende opties worden met u besproken.
Op het gebied van uitvaart mag in Nederland steeds meer, maar alles is wel heel precies geregeld in de Wet op de Lijkbezorging. Deze wet dateert uit 1869, maar is sindsdien enige keren geactualiseerd; de nieuwste versie is van kracht sinds 1 januari 2010. De wet geeft de nodige ruimte voor ontwikkelingen in de huidige tijd.
Voor het raadplegen van de wetteksten zie wetboek-online.
BEGRAVEN
Bij begraven, waarbij het stoffelijk overschot wordt toevertrouwd aan de aarde, is dan de vraag, of het graf gehuurd wordt, of gekocht, bijvoorbeeld een familiegraf. En zo ja, wat voor grafbedekking komt er op, liggende of staande steen, of iets heel anders.
Tot halverwege de vorige eeuw was voor elke Nederlander de begraafplaats de aangewezen laatste rustplaats. Nu kiest ongeveer de ene helft van de Nederlanders voor begraven en de andere helft voor cremeren. Een veelgehoord motief om voor begraven te kiezen is dat er dan een plek is om naartoe te gaan. Het bezoeken van een graf, het verzorgen van de plantjes, het contact met andere nabestaanden, het biedt allemaal troost in de moeilijke periode na een overlijden.
Keuze genoeg
De meeste mensen kiezen voor een begraafplaats dicht in de buurt. Er zijn in Nederland naar schatting zo’n 4000 begraafplaatsen: grote, kleine, particuliere, gemeentelijke, kerkelijke, familiebegraafplaatsen, natuurbegraafplaatsen en bosbegraafplaatsen. Niet alle 4000 begraafplaatsen zijn nog in gebruik, maar toch blijft er keuze genoeg.
Iedereen mag zelf weten op welke begraafplaats hij of zij begraven wil worden. Er zijn een paar uitzonderingen op die regel: op Waddeneilanden als Ameland, Schiermonnikoog en Terschelling zijn de begraafplaatsen gereserveerd voor de echte eilanders.
Overigens staat het iedere beheerder van een begraafplaats vrij om bijzondere regels vast te stellen. Uw uitvaartverzorger weet dit of kan het voor u nagaan.
Algemeen graf
Een begraafplaats biedt de keuze tussen een algemeen graf en een eigen graf. Een algemeen graf is – in principe – voor de periode van tien jaar. Die periode kan niet worden verlengd. Na tien jaar kan een algemeen graf worden geruimd. In hetzelfde graf komen meerdere personen te liggen, die elkaar niet kennen. Op het graf zijn dan ook vaak drie verschillende grafstenen te zien. Een algemeen graf is de goedkoopste manier van begraven.
Eigen graf
Wie zelf wil bepalen wie er in het graf begraven mag worden, moet een eigen graf kopen. Die term is een beetje misleidend, want iemand koopt niet een stukje grond op een begraafplaats, maar alleen het ‘recht’ om dat graf te gebruiken en om te bepalen wie er begraven wordt. De grafrechten voor een eigen graf (ook wel familiegraf genoemd) gelden minimaal twintig jaar. Daarna kunnen de grafrechten verlengd worden.
Grafmonument
Bij een graf hoort een grafmonument. Natuursteenbedrijven, steenhouwers en kunstenaars bieden een grote keuze aan monumenten. Maar let op: sommige begraafplaatsen hebben strikte voorschriften over hoogte, breedte en materiaalgebruik van grafmonumenten. Andere begraafplaatsen gaan daar vrijer mee om.
Zeemansgraf
In Nederland moet je behoorlijk wat moeite doen om uiteindelijk een zeemansgraf te krijgen. Volgens de letter van de Wet op de lijkbezorging is het strafbaar om iemand die in Nederland aan de wal is overleden vanaf een Nederlands schip overboord te zetten. In het buitenland kan het echter wel.
Engeland heeft twee plaatsen die speciaal zijn aangewezen voor zeebegrafenissen: the Needles Spoil Ground, ten westen van het Isle of Wight en een gebied ten zuiden van de havenstad Newhaven. De Britannia Shipping Company for Burial at Sea in Devon verzorgt daar de zeebegrafenissen.
Ook de Schotse wateren hebben twee zeebegraafplaatsen. De ene is op 58º 42.70′ NB / 003º 23.30′ WL, vijftien zeemijl vanaf het stadje John O’Groats, in het uiterste noorden van Schotland. De andere locatie, 56º 45′ NB / 009º 15′ WL, zo’n 210 zeemijl ten westen van Oban, is net over de rand van het continentaal plat.
Wie daar begraven wil worden, moet behalve het transport van de overledene heel wat organiseren. Want er worden strenge eisen gesteld aan de kist, die te water gelaten gaat worden. De kist moet verzwaard zijn met minimaal 100 kilo, ten minste twaalf gaten van 20 mm aan elke zijde hebben en met twee stalen banden afgesloten worden om te voorkomen dat de kist door de klap van de tewaterlating al direct uiteenvalt. Tevens moet de overledene aan twee verschillende ledematen een plastic bandje hebben met naam, datum van de begrafenis en telefoonnummer van de uitvaartondernemer.
Wilt u advies over begraven neem dan gerust contact met ons op.
CREMEREN
Bij de keuze voor cremeren spelen weer andere vragen: wat gebeurt er met de as? Wordt het bijgezet in een urnengraf of wordt een deel van de as verwerkt in een kleinood als sieraad voor de nabestaande(n)? Of wordt de as verstrooid op een betekenisvolle locatie?
In 2003 werden er voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis meer mensen gecremeerd dan begraven. Vijftig jaar geleden lag het crematiepercentage nog onder de 10 procent. In 2003 was dat cijfer opgelopen tot 50,6. Sindsdien is dat percentage langzaam maar gestaag blijven stijgen.
Het eerste crematorium
Het eerste crematorium werd in 1913 in Driehuis gebouwd. Dit crematorium en de bijbehorende begraafplaats (Begraafplaats & Crematorium Westerveld) zijn samen een Rijksmonument. Er komen steeds meer crematoria in Nederland. Er zijn er nu al ruim zestig, zodat iedereen wel een crematorium in de buurt heeft.
Afscheidsplechtigheid
In de aula van het crematorium vindt de afscheidsplechtigheid plaats. Aan het einde van de plechtigheid kan de kist ‘dalen’. De kist kan echter ook blijven staan, zodat nabestaanden en belangstellenden langs de kist kunnen lopen voor een laatste afscheid.
Asbestemming
Een maand na de crematie kunnen familie of naasten beschikken over de asurn. Dan kunnen zij een asbestemming kiezen. Er zijn veel verschillende mogelijkheden:
- de as (laten) verstrooien op het verstrooiingsterrein van het crematorium
- de as (laten) verstrooien op zee per schip
- de as (laten) verstrooien op zee per vliegtuig
- de as bijzetten in een columbarium bij het crematorium of op een begraafplaats
- de as bijzetten in een urnengraf bij het crematorium of op een begraafplaats
- de asurn mee naar huis nemen
- de as verstrooien op een zogenaamd ‘dierbaar plekje’
Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden, zoals het verstrooien van de as vanuit een luchtballon, vanaf een schip op de Waddenzee of op een van de Nederlandse binnenwateren. Het is ook mogelijk (via het Amerikaanse bedrijf Celestis) een capsule met deel van de as met een raket naar het heelal te laten schieten.
Ook is het mogelijk een deel van de as in sieraden te laten verwerken worden Een voorbeeld hiervan is een asmedaillon. Tegenwoordig kan van een deel van de as zelfs een echte diamant gemaakt worden. Er zijn veel asbestemmingsmogelijkheden. Wij hebben de asbestemmingsmogelijkheden voor u op een rijtje gezet.
Wilt u advies over cremeren neem dan gerust contact met ons op.
TER BESCHIKKINGSTELLING VAN DE WETENSCHAP
Naast cremeren en begraven is er nog een bestemming van het stoffelijk overschot mogelijk: de ter beschikkingstelling van de wetenschap. Wie hiervoor kiest, schenkt zijn of haar lichaam na overlijden aan het anatomisch instituut van een universiteit. De universiteit gebruikt het stoffelijk overschot voor anatomisch onderwijs aan studenten en specialistisch anatomisch onderzoek.
Bij ter beschikking stellen van de wetenschap kunnen nabestaanden wel een afscheidsplechtigheid organiseren, maar er is geen uitvaart. Na het overlijden neemt de universiteit de zorg voor het stoffelijk overschot over. Dat gebeurt snel: binnen 48 uur na overlijden moet het stoffelijk overschot worden geconserveerd. Het lichaam wordt – soms jaren later – door de universiteit anoniem begraven of verbrand.
De anatomische instituten van de verschillende universiteiten hebben formulieren voor de ter beschikkingstelling van de wetenschap. De schenker moet een handgeschreven verklaring opstellen, die wordt bewaard op het anatomisch instituut. Schenker en diens huisarts krijgen beiden een kopie van deze verklaring. Ook is er soms een verklaring van een familielid of nabestaande nodig, dat men op de hoogte is van het voornemen van donatie van het stoffelijk overschot.
Het is niet altijd mogelijk het lichaam aan de wetenschap te schenken. Soms zijn er al simpelweg genoeg. Jaarlijks zijn er zo’n 500 stoffelijke overschotten nodig en het aanbod is meestal ruim voldoende. Ook als de overledene te oud is, als er obductie is gepleegd of als de overledene om uiteenlopende redenen niet ‘in goede staat’ is (bijvoorbeeld na een ongeluk met ernstige verwondingen) kan een universiteit een lichaam weigeren.
Wilt u advies over ter beschikking stellen neem dan gerust contact met ons op.
CULTUREN
Uitvaartrituelen en -gebruiken binnen het Hindoeïsme
De onderstaande informatie is globaal. Lokale gebruiken, maar ook als gevolg van stromingen, richtingen binnen de religie kunnen bepaalde gebruiken afwijken van het hier beschrevene.
Achtergrond
De ‘maksha’ is voor Hindoes het moment in het bestaan van de mens. Het is het moment van bevrijding uit de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Maar voor die fase is bereikt kan het lichaam keer op keer sterven, maar blijft de ‘atman’ (ziel) reïncarneren in opeenvolgende levens.
De gebruiken beginnen reeds bij het sterfproces
De familie komt bijeen en door de ontboden priester zal eerst met behulp van gebed getracht worden de stervende te genezen. Tijdens het gebed wordt allereerst een druppel Gangeswater toegediend. Het water symboliseert het leven en de vergankelijkheid. Vervolgens wordt een blad van de tulsaboom (een basilicumsoort) in de mond gelegd. Het blad houdt de ziektekiemen op een afstand. De Pandit (geestelijk leider) leest voor uit de Bhagavad Gita, het lied des heren, waarna de familie meebidt.
Opbaring
Na het sterven wordt de overledene thuis opgebaard of overgebracht naar het rouwcentrum. Voor de familie breekt nu een periode van 10 dagen rouw aan. Allereerst geeft de familie bekendheid aan het heengaan via rouwcirculaires in het land en indien mogelijk de radio voor verre verwanten. Tijdens de bezoekuren komt de familie bijeen met de Pandit en worden een aantal rituelen afgewerkt, waarbij de teksten veelal voor de jongeren vertaalt wordt. Het wassen en afleggen wordt meestal door familieleden uit andere huishoudens gedaan, maar altijd in aanwezigheid van familieleden uit het huishouden van de overledene.
Voorbereiding uitvaart
De overledene wordt na de wassing veelal in traditionele dracht aangekleed. De vrouw in een sari en de man in dhoti en pagri. Binnenshuis of in het uitvaartcentrum wordt rondom de kist gezeten en gebeden voor de zielerust. De kist is dan veelal niet gesloten. De plechtigheden worden besloten met rijstballetjes. Deze balletjes symboliseren de elementen waaruit het lichaam is opgebouwd nl. ether, vuur, water, aarde en lucht. Daarnaast wordt door de familie bloemen, reukwerk en rijstkorrels als offer in de kist gelegd, waarna deze wordt gesloten. Dan kan de tocht naar het crematorium beginnen.
De uitvaart in het crematorium
De crematie is voor de Hindoes de basis van het uitvaartritueel, immers hoe sneller het lichaam vergaat des te sneller kan de ziel vrijkomen, en kan het lichaam terugkeren naar de elementen waaruit het is opgebouwd. De rituelen in het crematorium zijn veelal een symbolische afgeleide van de ‘gewone’ rituelen bij de lijkverbranding. De kist wordt indien mogelijk door 4 mannen op de schouders gedragen. Tijdens het dragen naar de aula van het crematorium wordt de kist 5 maal neergezet en gaat de familie (symbolisch) 5 maal zitten Dan wordt de kist in de aula geopend en versierd met bloemenkransen. De Pandit houdt de voorgeschreven preek uit de Veda. De oudste zoon loopt 5 maal rond de kist en raakt met een aangestoken diya(lampje) wat gevuld is met ghee evenzoveel keren de lippen van de dode aan, hetgeen een symbolisch aansteken van het vuur voorstelt. Dan loopt de familie langs de kist en neemt afscheid door rijstkorrels of bloemblaadjes in de kist te leggen, tot de kist zakt of wegglijdt. Een aantal familieleden is met de Pandit ter overtuiging van de verbranding bij de invoer van de kist in de crematieoven aanwezig. De familie volgt hierna nog een bepaalde rouwprocedure die meestal 10 dagen duurt.
Ceremoniele gebruiken bij het overlijden en de uitvaart
Als de vader is overleden, maar het gebeurt veelal ook als de moeder is overleden, scheren de zonen (en vader indien moeder is overleden) het hoofdhaar (soms op een kort staartje na), snor en baard af. Op de twaalfde of dertiende dag wordt een vuuroffer gehouden. Na de dertiende dag vangt het gewone leven weer aan. Indien mogelijk wordt de as overgebracht naar India en verstrooid in de Ganges. De verstrooiing van de as gebeurt in Nederland echter veelal op zee (deze staat wereldwijd gezien immers in contact met de Ganges) in aanwezigheid van de familie.
Uitvaartrituelen en -gebruiken in het Jodendom
De onderstaande informatie is globaal. Lokale gebruiken, maar ook als gevolg van stromingen, richtingen binnen de religie kunnen bepaalde gebruiken afwijken van het hier beschrevene.
Rituelen rond het overlijden
Sefer Chajim Lanefesj is de handleiding die door het Joodse volk gebruikt wordt bij ziekte, overlijden en op de begraafplaats. Wanneer de mens de laatste ogenblikken van zijn leven ingaat, zijn de naaste familie, vrienden en indien mogelijk de rabbijn bij het sterfbed aanwezig en zeggen de aanwezigen Sjemot.
Sjema Jisraeel, Adonai Elokeinoe Hasjem Echad
Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is Een.
Na het overlijden worden de ogen gedicht. Dit wordt als het mogelijk is gedaan door de zoon, daar hij zijn plaats inneemt. Het lichaam wordt toegedekt en niet meer ontbloot, dit uit respect voor de overledene. Iedere Joodse gemeente kent een groep mannelijke en vrouwelijke vrijwilligers die de overledene gereed maakt voor de ritueele wassing (Tahara). Deze handeling wordt bij overleden mannen door de mannen en bij vrouwen door vrouwen uitgevoerd. Deze vrijwilligers, de “Chevra Kadisja”, ofwel Heilige Broederschap, worden speciaal gekozen. Het is een grote eer om hiervan deel uit te mogen maken. De kist is gemaakt van ongeschaafd ongeschilderd vurenhout, uiterst sober dus. Soberheid, net zoals het uit wit linnen of katoen vervaardigde doodskleed. Voordat het deksel op de kist gaat wordt er nog wat zand uit Israël over het gezicht en vervolgens over de rest van het lichaam gestrooid. Door deze symbolische handeling is het alsof de dode in het land Israël zelf begraven wordt. Als het lichaam in de kist is gelegd wordt aan het hoofdeinde een lichtje ontstoken.
De Lewaje (begrafenis)
Begraafplaats (Beth Hachajim) betekent woning der levenden. Deze betekenis symboliseert nogmaals het geloof in herleving van de doden. Dit is ook de reden waarom er nooit gecremeerd wordt. De begrafenis zelf vindt altijd plaats binnen 36 uur na het overlijden . Het lampje (Nèr-Tamied, gestadig licht) wordt van het hoofdeind van de kist weggenomen en blijft in het huis achter om vervolgens twaalf maanden te blijven branden. Op de begraafplaats (in het metaheirhuis) wordt de overledene herdacht tijdens een rouwrede. In deze Hesped (rouwrede) worden de verdiensten van de overledene gememoreerd, waarna hij of zij onder het uitspreken van gebeden naar het wordt graf gebracht. Op sommige dagen (bepaalde rouw en treurdagen) mag de Hesped niet uitgesproken worden. Dit gebeurt dan tijdens de onthulling van de steen. Wanneer nu de leden van de Chevra (Heilige Broederschap) de kist laten zakken worden de woorden van Daniël herhaald: “Ga heen naar uw bestemming. Rust wel en herrijs voor uw bestemming aan het einde der dagen”. (Daniël 12 vers 13). De aanwezige mannen uit de familie werpen om en om drie scheppen aarde op de kist, daarna de vrienden, tot het graf gevuld is. Hierna wordt kaddisj gezegd, (de heiliging Gods), wat wordt beantwoord met “Amen”. Hiermee is de begrafenis beëinigd. Bij het verlaten van de begraafplaats worden de handen gewassen als teken van reiniging, als teken van scheiding tussen dood en leven.
De Matseva (grafsteen)
Het plaatsen van de Matseva is een oeroud joods gebruik. Zo plaatste Jacob een gedenkteken op het graf van Rachel nadat zij gestorven was te Beth-Léchem op weg naar Efrath. Het plaatsen kan verschillende doelen dienen o.a.: graven als zodanig herkenbaar maken en de herinnering aan de overledenen levend houden. Meestal vindt de plechtige plaatsing of onthulling plaats voor het einde van het rouwjaar of op de eerste jaartijddag. Dit in tegenstelling tot algemene begraafplaatsen waar geen vaste regels gelden voor de termijn van het plaatsen. Op een asjkenazische begraafplaats vindt men voornamelijk staande grafstenen. Deze hebben of alleen een Hebreeuwse tekst of zowel Hebreeuws als de landstaal. Sefardische joden hebben een voorkeur voor liggende stenen. De grafteksten waren vroeger vaak in het Portugees, nu is Hebreeuws of de landstaal gebruikelijker. Bij bezoek aan een graf wordt er op de grafsteen van de overledene een steentje achtergelaten. Dit als teken dat men het graf bezocht heeft.
De onderstaande informatie is globaal. Lokale gebruiken, maar ook als gevolg van stromingen, richtingen binnen de religie kunnen bepaalde gebruiken afwijken van het hier beschrevene. Veelal is het hier beschrevene ook van toepassing voor leden van de Grieks Orthodoxe kerk, de Armeense Orthodoxe kerk en de Servische Orthodoxe kerk. De onderscheiding is vooral gebaseerd op de taal en het hebben van een autonoom patriarchaat met een patriarch aan het hoofd.
Achtergrond
De Russische Orthodoxe Kerk is uit het Byzantijnse geloof (Griekse Orthodoxe geloof) ontstaan. Er zijn geen specifieke verschillen, behalve taalgebruik, leiderschap en gezangen
Geschiedenis
De Russische Vorst Wladimir wilde met Anna, de zuster van de Byzantijnse Keizer, in het huwelijk treden. Hij kreeg echter geen toestemming, omdat hij een ‘heiden’ was. Wladimir moest zich eerst laten dopen. Zo geschiedde, Wladimir voldeed aan dit verzoek en was bereid zich te laten dopen en het Orthodoxe geloof aan te nemen. Hij en zijn volk werden in 988 Orthodox gedoopt en Anna werd zijn gemalin. Zo is de Russische Orthodoxe kerk ontstaan.
Voorschriften bij de uitvaart
Een Russische Orthodoxe uitvaart geschiedt eerst in de kerk met een speciale dienst voor de overledene. Daarna is er nog een korte rouwplechtigheid bij het graf. Het is ook mogelijk dat er enkel een rouwdienst wordt gehouden bij het graf. De leden van de Russische Orthodoxe kerk worden altijd begraven, crematie is niet toegestaan.
De taken van de familie en de priester bij de uitvaart
De familie moet met de begrafenisondernemer en de Russisch Orthodoxe Priester de dag en het uur van de begrafenis en de kerkdienst afspreken. Iemand van de familie dient ook de koordirigent(e) in te lichten en te vragen of hij/zij die dag met het koor beschikbaar is.
De uitvaart
Vóór de kerkdienst wordt de kist (meestal zonder deksel) met de overledene op enige afstand van het altaar geplaatst met het gezicht naar het altaar toe. Na afloop van de dienst -ongeveer een uur- gaan de familieleden, vrienden en kennissen naar de kist om afscheid te nemen van de overledene. Daarna vertrekt men naar de begraafplaats. Na de ter aarde bestelling (póchoroni) volgt een lijkmaal (pomínki) dit is echter afhankelijk van de financiële middelen van de overledenen c.q. nabestaanden.
Het graf
Het graf wordt bezocht en onderhouden. Er worden van tijd tot tijd bloemen bij neergelegd. De grafsteen wordt door de nabestaanden schoongemaakt en op die manier onderhouden.
Overige rituelen
Verder zijn er geen bijzondere rituelen.
Toelichting Orthodox
Rond het begrip ‘Orthodoxe Kerken’ is vaak sprake van misverstanden. Velen denken daarbij aan het rechtzinnig deel van het protestantisme. Deze kerken, ook wel aangeduid als de Oosters-Orthodoxe Kerken, vormden samen met de Rooms-Katholieke Kérk eeuwenlang de twee grote hoofdstromen in het christendom.
Het westelijk en oostelijk deel van het christendom vielen uiteen tijdens het Grote Schisma van 1054. De Orthodoxe Kerken zien zichzelf als de ware voortzetting van de katholieke (letterlijk: algemene) kerk. ‘Orthodox’ betekent dan ook zoveel als ‘juiste leer’ Oosters-orthodoxen kennen geen paus. Ze zien de patriarch van Constantinopel (Istanbul) als de ‘primus inter pares’, de eerste onder zijn gelijken. Hoewel er algehele overeenstemming is over de geloofsleer, bestaat de orthodoxe gemeenschap intussen uit veel aparte, vaak nationale kerken.
Literatuur
“De Russische Orthodoxe Kerk” door A. Dalen Gilhuys, 1983 (uitverkocht, maar veelal nog wel in een bibliotheek verkrijgbaar) is een zeer gedetailleerd boek met veel informatie over de Russchische Orthodoxe Kerk.
Meer informatie over de Russische Orthodoxe Kerken in het Buitenland (Synodale kerken) en haar uitvaartrituelen zijn verkrijgbaar bij:
Priester Nikolai Semjonof (de Priester spreekt Russisch, Frans en Duits)
Église Orthodoxe Russe de St. Job à Uccle – Bruxelles
Avenue du Manoir 8, 1180 Bruxelles
tel. 00 32 23 746467 of 00 32 23 743028
In Nederland kunt u ze vinden in:
- Den Haag, Parochie H. Opstanding des Heren, Bakkerstraat 57a
- Amsterdam, Parochie H. Maria van Egypte, Muiderstraat 10
- Arnhem, Parochie Moeder Gods Bescherming, Amsterdamseweg 96
Meer informatie over de Russische Orthodoxe Kerken (Patriarchaat van Moskou of het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel:
De Russisch Orthodoxe Kerken in het Buitenland is maar één van de orthodoxe kerken in Nederland; er zijn ook parochies die vallen onder het patriarchaat van Moskou (dat is dus de “originele” Russisch-orthodoxe Kerk in Rusland) of het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel.
Voor algemene informatie over deze orthodoxe kerken in Nederland:
Orthodoxe Kerk Nederland
Klooster van St.Jan de Doper
Dr. Kuyperstraat 2
2514 BB Den Haag
tel. 070 – 3638484
Vereniging van Orthodoxen “H. Nikolaas van Myra”
Deze vereniging houdt een lijst bij van alle orthodoxe parochies en geestelijken in Nederland (van alle jurisdicties): www.orthodoxekerk.org.
Uitvaartrituelen en -gebruiken in de Islam. De onderstaande informatie is globaal. Lokale gebruiken, maar ook als gevolg van stromingen, richtingen binnen de religie kunnen bepaalde gebruiken afwijkenvan het hier beschrevene.
Achtergrond
De basis van deze religie is het geloof in Allah als de enige God en in Mohammed zijn profeet. Op de laatste dag zullen de doden opstaan en zal de engel Israfil de doden uit hun slaap wakker maken. De martelaren krijgen direct hun beloning: een plaats in het paradijs. De anderen zullen ondervraagd worden door de engelen Munkar en Nakir. Na de ondervraging krijgen de opgestane overledenen een boek waarin hun leven is opgetekend. De rechtvaardigen ontvangen het in hun rechterhand en gaan direct door naar het paradijs van de engel Ridwan, de onrechtvaardigen ontvangen het in hun linkerhand en gaan direct door naar de hel, waar de engel Malik heerst.
Voorschriften
De Koran schrijft vrij nauwkeurig voor hoe men moet handelen bij overlijden. Het dode lichaam moet worden gerespecteerd en mag op geen enkele manier worden beschadigd, crematie van het lichaam is dan ook verboden.
Er zijn vrij veel handelingen die moeten gebeuren door naaste familie en vrienden. De imam (geestelijke) is vrij belangrijk hierbij. In oosterse landen is de begrafenis meestal binnen 24 uur, in Nederland schrijft de wet echter voor dat er minimaal 36 uur tussen het tijdstip van overlijden en begrafenis moet liggen. Er wordt overigens geen termijn in de moslim literatuur genoemd.
Er zijn 4 taken bij het overlijden:
1. Wassen van het lichaam
2. Het in doeken wikkelen
3. Het gebed voor de overledene
4. De begrafenis
Wassen en verzorgen van het lichaam is belangrijk omdat volgens de Koran al het gestorvene onrein is. Er wordt geen koran gelezen in het stervensvertrek. Als eerste wordt de mond gesloten en gezorgd dat deze niet openvalt, waarna de wassing kan beginnen. Men wast het lichaam driemaal, is het dan nog niet rein genoeg, dan wordt wederom gewassen. Het aantal wassingen dien echter oneven te zijn. De geslachtsdelen worden met een doek bedekt. Het wassen geschiedt door moslim familieleden of vrienden, waarbij de mannen de mannen wassen en de vrouwen de vrouwen. Uitzondering is dat echtelieden elkaar mogen wassen en verzorgen. Kinderen mogen zowel door mannen als door vrouwen worden gewassen. Bij het wassen wordt lotusblad, zepen en geurige parfums gebruikt, die echter geen alcohol mogen bevatten. De Koran schrijft voor dat voor deze activiteiten niet mag worden betaald. Alleen als er beroepsmatig wordt gewerkt, dan mag er wel worden betaald.
Na de wassing wordt de overledene in doeken gewikkeld, de man in drie en de vrouw in vijf doeken. Er dient gewone stof te worden gebruikt, geen zijde en er mag geen versierend stiksel in worden gebruikt.
Tenslotte wordt het gebed voor de overledene uitgesproken, staande voor het lijk. Het eindigt met de vredesgroet. Daarna volgt de begrafenis.
De uitvaart
Gebruikelijk is dat de overledene gedragen wordt bij de begrafenis, waarbij telkens van dragers wordt gewisseld. Er wordt veelal in tempo gelopen. Als er gereden wordt moeten er goede afspraken over het ritueel gemaakt worden, veelal is het zo dat de lopenden voor de dragers uitgaan en de rijdenden er achteraan. Van oorsprong was de begrafenis een mannen aangelegenheid, bij meer liberale moslims zijn echter de vrouwen tegenwoordig ook aanwezig bij de begrafenis.
In het graf wordt de overledene op zijn rechterzijde gelegd met zijn gezicht richting Mekka. De lijkwade wordt aan het hoofd en de voeten losgemaakt. Het graf wordt zodanig gevuld dat de overledene op zijn rechterzijde blijft liggen. Vervolgens worden 3 handen met aarde in het graf gestrooid door iedereen die aan de begrafenis deelneemt. Iedere hand aarde gaat gepaard met de spreuken:
Hiervan schiepen wij u
Wij deden u hierin terugkeren
Hieruit zullen wij u weer doen opstaan op de Laatste Dag.
Het graf
Voor de ondervraging van de engelen Munkar en Nakir wordt veelal in het graf een aparte nis gegraven waar de engel kan plaatsnemen voor de ondervraging. Het graf wordt opgevuld tot een bult, er komen geen zerken e.d. op. Het blijft beperkt tot een eenvoudige steen met gegevens, zodat het graf teruggevonden kan worden. Echter men ziet ook in Nederland steeds meer en meer dat er ‘luxueuzere’ stenen worden gebruikt waarop naam en data staan. Soms worden deze stenen ook worden voorzien van koranteksten en afbeeldingen van een moskee. Voorts mogen planten en bloemen niet worden vertrapt. Na de begrafenis wassen alle aanwezigen hun handen.
Overige rituelen
Moslims kennen een condoléance periode van 3 dagen en een rouwperiode van 40 dagen. De weduwe rouwt echter gedurende 4 maanden en 10 dagen.
Als moslim behoor je als je een begraafplaatst passeert, de overledene te groeten met: assalaam alaikoem mensen van de graven, jullie zijn ons voor, wij (de levenden) volgen jullie binnenkort.
Meer informatie over islamitische uitvaartrituelen is verkrijgbaar bij:
De Stichting Islamitisch Begrafeniswezen (IBW)
De Rooms-katholieke kerk heeft al heel lang bepaalde rituelen rondom de uitvaart. Deze rituelen zijn sinds het 2de Vaticaanse concilie (1962-1965) nogal gewijzigd.
Inleiding
U dient bij het lezen van het hiernavolgende wel bedenken dat dit een gemiddelde beschrijving is. Dat wil zeggen er kon plaatselijk maar zelfs regionaal afgeweken worden van de voorschriften hieromtrent. Tevens was het vroeger soms mogelijk om in zgn. klassen een Requiemmis verzorgd te krijgen. De 1ste klasse was veelal het meest luxe wat de betreffende RK kerk had te bieden, men kon dan afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden o.a. kiezen voor een mis met 3 heren, een x-tal misdienaars, een volledig koor, orgelbegeleiding, volledig rouwaankleding van de kerk met bij horende bloemen (vaak Aronskelken) etc.
Gebruiken van voor het 2de Vaticaanse concilie
Na het overlijden werd staande of zittende rondom de overledene de rozenkrans gebeden. Wanneer dit direct na het overlijden was bad de priester -die (indien mogelijk) het heilig oliesel aan de stervende had toegediend- mee. Tevens werden 150 psalmen gebeden. In plaats hiervan werd ook wel het Onze Vader 15 keer gebeden en het Weesgegroet
150 maal. Volgens “Verdwijnende muren” van Paola Pisu e.a. kwam dit laatste vervangende gebruik van de Psalmen uit het Oosten des lands i.v.m. dat het voor de ‘gewone’ man makkelijker was om het Onze vader en het Weesgegroet te herhalen dan telkens een Psalm te bidden. Bij dit bidden werd het leven, de dood en de verrijzenis van Christus herdacht. ‘s Avonds was er dan een avondwake bij de overledene waarbij veelal als de gehele familie en buren, vrienden etc. aanwezig waren de gehele rozenkrans hardop werd gebeden.
Als de overledene thuis was opgebaard werd er in zijn directe nabijheid een of meerdere kaars(en) en/of waxinelichtje(s) voor een heiligenbeeldje brandende gehouden. De dodenwake werd meestal door de naaste familie tot het moment van de begrafenis gehouden. Op de dag van de begrafenis kwam veelal de priester nog een keer langs. Hij was dan gekleed in zijn zwarte soutane met daaroverheen een superplie, welke soms voorzien was van een paarse rouwrand van kant. Hij kwam dan om de overledene nog eenmaal met wijwater te besprenkelen. Het wijwater is immer het doopwater en het water waarmee men het kruisteken maakte wanneer men zich in de kerk begaf. Het herinnert dus aan de naamgeving van de overledenen en aan het betreden van Gods huis. Veelal werd tijdens het besprenkelen van de overledene het Onze Vader en/of Weesgegroet en/of Psalm 130 gebeden. (Uit de diepten o Heer, roep ik tot U, ….).
Daarna ging men gezamenlijk (en indien mogelijk in processie) naar de kerk. Daar werd dan de Requiemmis opgedragen. De kerk was dan veelal op de Requiemmis ingericht. Dat betekende dat de normale haltaar- en andere bekledingen werden aangepast aan de Requiemmis. De overledene werd met de voeten naar het altaar voorin de kerk geplaatst op een met zwarte doeken afgezette baar. Rondom de baar werden dan een aantal kaarsen- standaards geplaatst met brandende kaarsen.
Wilt u advies over culturen neem dan gerust contact met ons op.
RITUELEN
De wens om het leven zelf vorm te geven strekt zich ook uit tot het einde daarvan: de dood. Steeds meer mensen hebben dan ook een duidelijk idee over hun eigen uitvaart. Familieleden en naasten zijn actief betrokken bij de invulling van de afscheidsceremonie. Daarbij zijn veel mensen op zoek naar andere vormen: oude rituelen in een nieuw jasje en nieuwe rituelen in een oud vertrouwd, religieus kader.
De vraag naar rituelen is groter geworden, omdat steeds minder mensen zijn aangesloten bij kerken of religieuze groeperingen. Persoonlijke wensen worden gecombineerd met herkenbare vormgeving, de uitvaart als viering krijgt veel meer de aandacht. Bij de uitvaart worden symbolische handelingen verricht en/of rituele voorwerpen gebruikt. De afscheidsdienst wordt vaak samengesteld rond het levensverhaal van de overledene. Daarin gaat het dan niet om het chronologische verhaal maar om de werkelijke inhoud van het leven dat wordt beschouwd.
We zouden een opsomming kunnen geven van symbolen, beelden, etc. maar dat is weinig zinvol. Beter is het, om er over te praten met onze uitvaartverzorgers. Zij kunnen veel aanreiken en u begeleiden bij het maken van de keuzes die bij u passen. Algemeen Belang heeft ervaring met uitvaartrituelen van andere culturen en geloofsovertuigingen.
Wilt u advies over rituelen neem dan gerust contact met ons op.
